Bij het begin van het nieuwe schooljaar vragen we om deze regels als opfrissing door te nemen. Zo houden we het veilig onderweg van en naar school!
Voorrangsregels
De algemene regel bepaalt dat alle bestuurders, dus ook fietsers, voorrang moeten verlenen aan de bestuurder die van rechts komt, behalve als deze op een rotonde rijdt of als de bestuurder uit een verboden rijrichting komt.
Er zijn enkele uitzonderingen op deze algemene regel:
- Elk spoorvoertuig heeft altijd voorrang.
- Een rijbaan heeft voorrang op een aardeweg of pad.
- De voorrang wordt geregeld met verkeersborden.
- De voorrang wordt geregeld met verkeerslichten.
- De fietser volgt steeds de aanwijzingen van de bevoegde persoon die het verkeer regelt.
- Prioritaire voertuigen met geluid en blauwe knipperlichten hebben steeds voorrang.
- Fietsers op een fietspad hebben voorrang wanneer het fietspad doorloopt over de toegangswegen; als er een oversteekplaats is om over te steken, dan heeft de fietser geen voorrang.
- Fietsers die een voetpad of fietspad oversteken verlenen voorrang aan de weggebruikers die hiervan gebruik maken.
Oversteken met de fiets
Oversteken aan een fietsoversteekplaats
Een fietsoversteekplaats herken je aan twee parallelle onderbroken strepen, gevormd door witte vierkanten (o.a. deze aan de Kleine Hemmenweg en Waardstraat). Dit kan ook een stippellijn zijn met een fietslogo-markering op de grond (zoals o.a. in de Engstegenseweg). In sommige gevallen is er geen markering op de grond. Soms staat er ook een verkeersbord bij en zijn er omgekeerde driehoeken geschilderd (haaientanden). Als fietser heb je géén voorrang aan dergelijke oversteekplaatsen. Je vertraagt en indien nodig stop je. Je kan pas oversteken als de rijbaan vrij is of wanneer er een bestuurder stopt om jou over te laten.
Belangrijke tip: maak steeds oogcontact met andere bestuurders

Figuur 1 – Oversteekplaats met stippellijn, fietslogo en omgekeerde driehoeken (haaientanden)
Oversteken aan een zebrapad
Als je met de fiets oversteekt aan een zebrapad stap je af en steek je met je fiets aan de hand over. Met de fiets aan de hand ben je geen fietser meer maar een voetganger. Enkel voetgangers hebben voorrang, fietsers niet.

Figuur 2 – Oversteken met de fiets aan de hand op een oversteekplaats voor voetgangers
Oversteken aan een overweg
- Als het licht wit knippert: je mag over de spooroverweg fietsen
- Als het belsignaal klinkt en de lichten staan op rood maar de slagbomen zijn nog niet naar beneden: je mag de spoorweg niet meer oversteken. Enkel als je al aan het oversteken bent, mag je verder doorrijden. Pas wanneer de slagbomen weer helemaal naar boven zijn én het witte licht knippert mag je opnieuw oversteken. Soms komt er immers meer dan één trein voorbijgereden. Wacht dus zeker tot alle signalen aangeven dat het veilig is om over te steken.
In groep fietsen
- Binnen de bebouwde kom: Je mag overal met twee naast elkaar rijden. Als het te smal is om een tegenligger te laten kruisen, moet je achter elkaar gaan fietsen en desnoods stoppen.
- Buiten de bebouwde kom: je mag met twee naast elkaar rijden. Als er een voertuig langs achter nadert, moet je achter elkaar gaan fietsen.
Fietsen in een fietszone
In de Schelstraat, Kantoorweg, Achter de Hoven en in het verbindingsstraatje tussen de parking van school De Lettermolen en de Kneuterweg is een fietszone van toepassing. In een fietszone gelden volgende regels:
- Fietsers mogen de helft van de breedte van de rijbaan langs de rechterzijde innemen indien de rijbaan voor hen is opengesteld in beide richtingen.
- Motorvoertuigen (incl. bromfietsen) mogen de fietsers niet inhalen.
- De snelheid in een fietsstraat mag nooit hoger liggen dan 30 km per uur.
Je herkent een fietsstraat aan de verkeersborden die het begin en het einde aanduiden. Bij het inrijden van de fietszone zie je ook de het logo fietszone op de grond aangeduid staan.

Figuur 3 – Fietsstraat Schelstraat
Bron: VSV Verkeer op school