Gemeente Gemeente Zonhoven

Oorlogsaffiche augustus 1917

Gepubliceerd op do 31 aug 2017
De Eerste Wereldoorlog wijzigde grondig de geschiedenis van ons land en wordt in heel België op gepaste wijze herdacht, ook in Zonhoven. Met de herdenking van deze oorlog, waarin ook 25 Zonhovenaren sneuvelden, willen we de oorlog laten voortleven in het collectieve geheugen van onze gemeente.

28 augustus 1917: rantsoenkaarten en voedselbonnen 

Vanaf het voorjaar van 1915 bepaalde de Duitsers hoeveel de bevolking mocht zaaien en planten, wanneer er mocht geoogst worden, het scheren van de schapen en het slachten van het vee.  Ze eisten de volledige landbouwproductie op. Zeker voor kleine boeren maakten deze opeisingen het verschil tussen net genoeg of te weinig.  De vele opeisingen zorgde voor schaarste op alle vlakken.

Het voedselcomité maakte gebruik van rantsoenkaarten om de levensmiddelen evenredig over de bevolking te verdelen.  Elke gemeente of regio had zijn eigen bonnen of rantsoenkaarten. Iedere hulpbehoevende had recht op een rantsoenkaart.  Op de persoonsgebonden kaart stond naast de naam van het gezinshoofd ook vermeld voor hoeveel personen de rantsoenen bestemd waren.  Om fraude te vermijden moest de klant naast de rantsoenkaart ook zijn ‘eenzelvigheidskaart’ (identiteitskaart) meebrengen.  Heel wat levensmiddelen stonden op de bon: brood, boter, groenten en fruit, vlees, aardappelen en gist.  Maar ook andere producten zoals kolen, kledij en brandstoffen werden gerantsoeneerd.

Vanaf de derde oorlogswinter werden de tekorten nijpend.  In 1917 konden de voedselcomités van de verhoopte 1200 kilocalorieën per persoon per dag maar voor de helft uitreiken aan de hulpbehoevenden.  Dit vooral door de tekorten in België zelf maar ook door duikbotenoorlog.  De Relief for Belgium-schepen met de broodnodige voorraden voor de Belgen werden zonder pardon naar de zeebodem getorpedeerd.

Honger en kou  bereidde zich uit ondanks de voedsel, kolen en kledingdistributie van het Comité. Ook de ‘Melkdruppel’ voor zuigelingen, de ‘Noenmalen der Zwakke Kinderen’ en wat er verder nog allemaal aan hulp bestond voldeed niet meer. Eind 1917 stond naar  schatting 40 % van de Belgen in de rij voor een kom soep. 

 

(Bron: De Groote Oorlog – Sophie De Schaepdrijver & Nieuwe meesters, magere tijden – Diane De Keyzer & www.boterbijdeviswo1.be)